Bijlagen

Bijlage 2: Overzicht opvolging rekenkameraanbevelingen

Bijlage 2: Overzicht opvolging rekenkameraanbevelingen

Overzicht opvolging rekenkameraanbevelingen
Per 1 januari 2023 zijn colleges van B&W verplicht om jaarlijks te informeren over de opvolging van rekenkameraanbevelingen die aan het college zijn gericht.
In dit overzicht geven we toelichting op de voortgang van de aanbevelingen. Dit doen we voor de rekenkamerrapporten vanaf 2021.

Rekenkamerrapport toezicht en handhaving Kiezen in schaarste
Een onderzoek naar de praktijk van toezicht en handhaving in Oss

Aanbevelingen

  1. In het nieuwe beleidsplan voor toezicht en handhaving doelen te formuleren en daarbij aan te geven op welke manier aan de raad inzicht wordt gegeven in effectiviteit van het beleid.
  2. Vul de wettelijk voorgeschreven rapportages voor de raad aan met inzichtelijke factsheets, waarop raadsleden in een oogopslag kunnen zien wat de belangrijkste resultaten van toezicht en handhaving zijn en wat de afwijkingen zijn. Toets in de jaarlijkse verslaglegging op inzichtelijkheid en aandacht voor de zaken die de raad van belang acht. Maar hierbij ook gebruik van verhalende beleidsevaluatie.
  3. Schets bij de discussie over de prioriteiten bij de inzet van toezicht en handhaving vooraf mogelijke scenario's, waarbij ook inzicht in de kosten gegeven wordt.
  4. Maak in de rapportages aan de raad duidelijk waar in de beleidscyclus het document past en welke rol (sturing of controle) de raad daarin kan spelen.
  5. Ontwikkel een rapportagesysteem dat de raad inzicht geeft in de beschikbare middelen voor toezicht en handhaving, de huidige inzet daarvan en de mogelijke financiële ruimte.
  6. Ontwikkel een systeem van evaluatie en monitoring waarbij systematisch wordt ingezet op het verklaren van verzamelde informatie in het licht van effectiviteit van beleid en van effectief handelen.
  7. Deel de resultaten van bezwaar- en beroepsprocedures actief met handhavers, zodat zij verbeteringen in hun handhavingspraktijk kunnen realiseren.

Welke aanbevelingen zijn opgevolgd;
Op 17 december 2025 heeft het college de raad middels een raadsinformatiebrief (onderwerp: VTH evaluatierapport 2025 en uitvoeringsprogramma 2026, ID 646) geïnformeerd over de wijze waarop de aanbevelingen in het nieuwe VTH-beleidsplan 2027-2030 worden meegenomen. In dezelfde raadsinformatiebrief is aangegeven op welke manier en op welke tijdstippen de raad hier bij betrokken wordt. Gedurende 2026 gaan we een nieuw beleidsplan opstellen, rekening houdend met alle aanbevelingen.

Welke acties zijn ondernomen;
Zie de toelichting bij het antwoord op de eerste vraag.

Wat de resultaten en effecten hiervan zijn;
Zie de toelichting bij het antwoord op de eerste vraag.

Welke aanbevelingen nog openstaan en waarom.
Zie de toelichting bij het antwoord op de eerste vraag.

Energiebesparingsplicht Rekenkameronderzoek
Een rekenkameronderzoek naar energiebesparingsplicht in de gemeente Oss

Aanbevelingen
Het college te vragen om:

  1. een voorstel voor te bereiden over het intensiveren van de inspanningen voor de energiebesparings-en informatieplicht om extra besparing te realiseren.
  2. de raad inzicht te geven in de mogelijkheden om het energiebesparingspotentieel via het netwerk van de gemeente met bedrijven te vergroten.
  3. de actualisatie van het dashboard binnen de gemeenschappelijke regeling aan de orde te stellen om hun inspanningen efficiënter te maken.

Welke aanbevelingen zijn opgevolgd;
Alle aanbevelingen zijn opgepakt en worden opgevolgd.

Welke acties zijn ondernomen;

  1. De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) voert voor ons het toezicht op de energiebesparings- en informatieplicht uit. Daarom hebben we de ODBN gevraagd om met een voorstel hierover te komen. Omdat de taak integraal onderdeel uit maakt van het totale programma dat de ODBN voor ons uit voert (VTH-breed) zal de ODBN bij het opstellen van het eerstvolgende (concept)jaarprogramma (voor 2027) komen met een voorstel. Het conceptprogramma, en daarin het voorstel, verwachten we in mei of juni 2026.
  2. Verduurzaming is een onderwerp dat op verschillende manieren aan bod komt in contact met de Osse ondernemers. Met de Grote Oogst-projecten wordt gericht op Moleneind en Vorstengrafdonk gewerkt aan verduurzaming, waaronder energiebesparing. Ook staat via het accountmanagement van de gemeente verduurzaming frequent op de agenda. Vanuit accountmanagement kunnen besparingskansen vroegtijdig worden opgehaald en worden ondernemers gericht doorverwezen naar passende regelingen en ondersteuning. Het netwerk van accountmanagers biedt daarnaast ruimte om het bereik te vergroten met meer gerichte voorlichting, het signaleren van koppelkansen op bedrijventerreinen en het versterken van bestaande netwerken. Zo kan de gemeente haar rol als verbinder en aanjager van energiebesparing optimaal benutten. Op bedrijventerrein Elzenburg de Geer en Danenhoef wordt door de SPUK-aanjager* vanuit de SPUK-regeling gekeken naar energielabels en hoe deze te verbeteren. De regeling loopt via de provincie. Er zal aan de provincie gerapporteerd worden. Deze rapportage is openbaar en kan dan met de raad worden gedeeld.

Een SPUK is een Specifieke Uitkering, een financiële regeling waarmee het Rijk geld verstrekt aan gemeenten, provincies en waterschappen om specifiek beleid uit te voeren gericht op maatschappelijke doelen zoals verduurzaming.

  1. Zoals gezegd voert de ODBN deze taak voor ons uit. De ODBN heeft ook een dashboard. Wij hebben de ODBN gevraagd om te bekijken hoe dat dashboard kan worden geactualiseerd en wat de bijdrage dan zal kunnen zijn om de inspanningen efficiënter te maken. Omdat dit een bredere – lees landelijke – discussie is bij alle omgevingsdiensten, heeft de ODBN dit geagendeerd voor het landelijke overleg. Wij zullen worden geïnformeerd over het vervolg zodra de ODBN meer weet.

Wat de resultaten en effecten hiervan zijn;
We zie een dalende lijn bij bedrijven die nog niet voldoen aan de energiebespaarplicht en toenemend bewustzijn en inzet van bedrijven op reductie van energieverbruik.

Welke aanbevelingen nog openstaan en waarom.
Aanbevelingen worden allemaal uitgevoerd en laten het gewenste resultaat zien.

Rekenkamer rapport Naar een effectiever subsidiebeleid
Een rekenkameronderzoek naar subsidiebeleid en uitvoering in de gemeente Oss  

Aanbevelingen:
Het college opdracht te geven om:

  1. de huidige subsidieregelingen te evalueren en actualiseren, waar mogelijk deze regelingen te harmoniseren, en/of te clusteren, zodat er een overzichtelijk aantal regelingen overblijft.
  2. de beleidskaders voor budgetsubsidies en klassieke subsidies te evalueren en te actualiseren en vervolgens deze kaders te laten vaststellen door de raad.
  3. de organisatie zo in te richten, dat het algemene subsidiebeleid, het proces van uitvoering en de monitoring en evaluatie, structureel wordt onderhouden.
  4. het digitale archiefsysteem dat voor subsidies wordt gebruikt, zo in te richten dat alle relevante stukken binnen dit systeem op eenvoudige wijze zijn terug te vinden.
  5. in de bij te stellen beleidskaders voor subsidies aandacht te schenken aan de wijze waarop na afloop van een subsidieperiode wordt beoordeeld of:
    • gemaakte afspraken zijn nagekomen en
    • afgesproken prestaties daadwerkelijk zijn geleverd.
  1. in de beleidskaders Budgetsubsidies op te nemen hoe vaak bestuurlijk overleg dient plaats te vinden en welke onderwerpen in deze gesprekken standaard aan de orde dienen te komen.
  2. binnen 4 maanden na behandeling van dit rekenkameronderzoek in de raad aan te geven welke vervolgstappen ze van plan zijn om te gaan zetten en daarvoor een planning af te geven.

Welke aanbevelingen zijn opgevolgd;
Alle aanbevelingen zijn door het college overgenomen. Het project ‘herijking subsidiebeleid’ is in januari 2026 gestart. Gebaseerd op het Rekenkameronderzoek zien wij drie overkoepelende opgaven:
1. Vernieuwing van het subsidiebeleid;
2. Vervanging van het huidige, verouderde subsidiesysteem en implementatie van een nieuw administratief systeem;
3. Vastgoedexploitatie: bij de herziening van het subsidiebeleid lopen we aan tegen financiële spanningsvelden in de vastgoedexploitatie, zoals de verhouding tussen kostprijsdekkende huur en de behoefte aan exploitatiesubsidies.

Aanbeveling 1 t/m 6 nemen wij mee in deze drie overkoepelende opgaven.
Aanbeveling 7 is opgevolgd en afgerond. Wij hebben een raadsbrief gepubliceerd met de planning, deze is als volgt:

In 2026 willen wij de volgende resultaten bereiken:

  1. Uitgangspunten voor het nieuwe subsidiebeleid.

Deze uitgangspunten geven richting aan de manier waarop de gemeente subsidies inzet,
welke rol subsidies hebben ten opzichte van ander beleid, hoe doelmatigheid en
doeltreffendheid worden gerealiseerd en hoe de uitgangspunten van vertrouwen en brede
waarde – zoals benoemd in de bestuurlijke reactie – worden geborgd. Hierin wordt ook de
verhouding tussen subsidies en vastgoedhuur meegenomen.

  1. Harmonisatie en actualisatie van de bestaande subsidieregelingen.

De ambitie is om te komen tot een compacte set van regelingen, met een duidelijke scheiding
tussen structurele en incidentele subsidies.

  1. Implementatie van een nieuw subsidieadministratiesysteem

In 2026 wordt een keuze gemaakt voor een vervangend subsidieadministratiesysteem. Het
systeem wordt in 2026 geïmplementeerd en per 1 januari 2027 in gebruik genomen.

Welke acties zijn ondernomen;
Het project ‘herijking subsidiebeleid’ is in 2026 van start gegaan, wij verwachten dat dit project een looptijd heeft van twee jaar. In deze tijd verwerken wij alle aanbevelingen in het nieuwe subsidiebeleid.

Wat de resultaten en effecten hiervan zijn;
Op dit moment kunnen wij nog geen resultaten rapporteren.

Welke aanbevelingen nog openstaan en waarom.
Aanbevelingen 1 t/m 6 staan nog open, maar worden zoals eerder genoemd meegenomen in het project ‘herijking subsidiebeleid’.

Loonkostensubsidie
Een effectieve regeling met oog voor kwetsbaarheden – quickscan naar de inzet van loonkostensubsidie in Oss

Aanbevelingen:

  1. Doe zorgvuldig onderzoek naar de juistheid en de effectiviteit van de loonwaardemeting bij die werkgevers waarbij hierover geen overeenstemming bestaat. Mocht het resultaat hiervan niet leiden tot overeenstemming over de aanpak dan adviseert de rekenkamer te overwegen deze samenwerking te beëindigen en de werknemers uit Oss te begeleiden naar ander werk.
  2. Analyseer de uitstroompercentages, de uitkomsten op lange termijn van de loonkostensubsidie en de relatie tussen aantallen in en duur van de bijstand. Hiermee krijgt de gemeente beter zicht op de doeltreffendheid van de LKS.
  3. Houdt in evaluatiegesprekken en bij loonwaardemetingen bij hoe de begeleiding op de werkvloer is geregeld en koppel deze informatie aan de loonwaarde-variatie. Deze informatie kan op termijn inzicht geven in de effectiviteit van de begeleiding van LKS-werknemers.
  4. Vraag het college om u jaarlijks op de hoogte te stellen van de stand van zaken en van het resultaat van de uitvoering van de aanbevelingen aan het college.

Welke aanbevelingen zijn opgevolgd;
Aanbeveling 1 is opgevolgd.

Welke acties zijn ondernomen;
Naar één werkgever wordt niet meer actief bemiddeld.

Wat de resultaten en effecten hiervan zijn;
Niet van toepassing.

Welke aanbevelingen nog openstaan en waarom.
Er is een evaluatie van het re-integratiebeleid in voorbereiding. In het voorjaar zal deze eerst met de adviesraad sociaal domein worden besproken alvorens deze via het college naar de raad wordt gestuurd.
Behalve deze evaluatie wordt de raad jaarlijks door raadsinformatiebrieven over de resultaten van de Participatiewet geïnformeerd.

Wonen – Uitvoering woonvisie
Een rekenkameronderzoek naar de uitvoering van de Woonvisie 2020 in de gemeente Oss

Aanbevelingen:
1. Geef het college opdracht om aan de raad concreet inzichtelijk te maken op welke wijze voor het jaar 2023 en de daaropvolgende jaren tot en met 2030 de gewenste productie van 660 nieuwe woningen per jaar gehaald zal worden.
2. Geef het college de opdracht om met de woningcorporaties BrabantWonen en Mooiland in gesprek te gaan om te verkennen welke mogelijkheden kunnen worden aangewend om het
contingent sociale huurwoningen de komende jaren versneld uit te breiden.
Breng hierover verslag uit aan de raad.
3. Geef opdracht aan het college om in samenwerking met de woningcorporaties BrabantWonen en Mooiland versneld te komen tot een overzichtelijk aantal prioriteiten, alwaar vervolgens in gezamenlijkheid met voorrang aan zal worden gewerkt.
4. Geef opdracht aan het college om een structurele monitor te ontwikkelingen die inzicht geeft in de mate van voorgang van de totale woningbouwopgave.
Deze monitor moet naast het geven van inzicht in de plancapaciteit en de mate van realisering van de plannen, tevens duidelijk maken welke zaken afwijken van de oorspronkelijke plannen.
Neem deze monitor op in de Raadsinformatiebrief Voortgang Woningbouw waarmee de raad 2-maal per jaar volledig wordt geïnformeerd.

Welke aanbevelingen zijn opgevolgd;
Aanbevelingen 1: De raad wordt sinds 2023 twee keer per jaar via de Raadsinformatiebrief Voortgang Wonen op de hoogte gebracht van de productie in de afgelopen jaren en de verwachte productie in de jaren tot 2030. Hierin nemen we onder meer op:

  • Lopende en aankomende projecten en gebiedsontwikkelingen;
  • De spreiding over stedelijk en landelijk gebied;
  • De kwaliteit van de woningen die we toevoegen (zoals flexwoningen, woningen voor aandachtsgroepen etc.)
  • Het aantal afgegeven vergunningen;
  • Een korte terugblik en prognose op de ontwikkeling van de woningvoorraad;
  • Inzage in de plancapaciteit;
  • Inzage in actuele onderwerpen en aankomende beleidsvorming.

In de Woonagenda 2025-2027 zijn de aantallen te bouwen woningen en de bijbehorende bouwperiodes vastgelegd. Deze aantallen werken we nu in de verschillende grootschaligere gebiedsontwikkelingen uit in omgevingsprogramma’s. De programma’s maken inzichtelijk hoeveel woningen gerealiseerd worden, voor welke doelgroep en wanneer ze gebouwd worden. We programmeren daarbij op een plancapaciteit van 130% om tegenvallers (juridisch, financieel, planning) op te vangen. Zo hebben we momenteel ca. 7.600 woningen in zowel harde als zachte plancapaciteit.

Aanbeveling 2: Met BrabantWonen en Mooiland maken we jaarlijks uitvoeringsafspraken die concreet maken hoe we de meerjarige prestatieafspraken uitvoeren. Vast onderdeel is het maken van afspraken over het contingent sociale huurwoningen en het beneomen van mogelijkheden om woningbouw te versnellen.

Gemeente Oss heeft blijvend aandacht voor de versnelling en vereenvoudiging van procedures. We kijken daarom gezamenlijk naar mogelijkheden om de bestaande voorraad beter te benutten, en betrekken we corporaties in een vroeg stadium bij de grotere gebiedsontwikkelingen zoals Amsteleind en Euterpepark. Voor deze gebiedsontwikkelingen zijn inmiddels samenwerkings- en intentieovereenkomsten vastgesteld tussen corporaties en gemeente.

Daarnaast is gemeente Oss samen met de woningcorporaties een gesprekspartner aan de regionale versnellingstafel. In deze samenstelling wordt regionaal kennis uitgewisseld en worden kansen, best practices en knelpunten op versnelling besproken. We versterken elkaar waar mogelijk.

Aanbeveling 3: Gemeente en corporaties bespreken de voortgang van projecten, nieuwe initiatieven en posities binnen gebiedsontwikkelingen periodiek op ambtelijk en bestuurlijk niveau. Nauwkeurige monitoring vormt de basis voor deze gesprekken. Elk kwartaal vindt er met de woningcorporaties een shortlist overleg plaats, waarin we lopende en aankomende projecten, en portefeuillestrategie bespreken. We zoeken hierin de samenwerking op en kijken waar we elkaar kunnen versnellen.

Daarnaast vinden er maandelijks ambtelijke overleggen plaats over de prestatieafspraken. Voortgang wordt gemonitord en er wordt bijgestuurd waar nodig. We signaleren knelpunten vroegtijdig om hier passende actie op te kunnen ondernemen.

Aanbeveling 4: We richten momenteel een woningbouwmonitor in die ook inzichtelijk gemaakt kan worden voor het publiek. Dit doen we in gezamenlijkheid met afdelingen Ruimtelijke Ontwikkeling, Vastgoed en VTH. We sluiten hiermee aan op het monitoringssysteem dat in de regio Noordoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant wordt gebruikt. Naar verwachting is deze woningbouwmonitor in het tweede kwartaal van 2026 actief en inzichtelijk voor het publiek.

Voor intern gebruik beschikken we over software dat wordt ingezet voor ‘projectmatig creëren’. Deze software maakt inzichtelijk waar knelpunten zitten en of planningen worden gehaald. Op basis van de informatie in dit systeem informeren we momenteel tweemaal per jaar de raad.

Welke acties zijn ondernomen;
Zie hierboven voor de acties per toelichting. Hieronder in het kort:

  • Twee keer per jaar een raadsinformatiebrief wonen
  • Programmeren op 130% plancapaciteit
  • Momenteel ca. 7.600 woningen in zowel harde als zachte plancapaciteit.
  • Vier keer per jaar shortlist overleg met corporaties om voortgang en prioritering te bespreken
  • We richten een woningbouwmonitor in die aansluit bij de monitoring vanuit Rijk, provincie en regio.

Wat de resultaten en effecten hiervan zijn;
Zie hierboven voor de resultaten en effecten per aanbeveling. Hieronder in het kort:

  • Eerste aanzet tot voorwaarden beter benutten bestaande voorraad vastgesteld
  • Jaarlijkse uitvoeringsagenda bij prestatieafspraken met corporaties
  • Woonagenda 2025-2027 met aantallen te bouwen woningen en de bijbehorende bouwperiodes en uitwerking in gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s
  • Corporaties zitten als partner van gemeente Oss aan tafel bij gebiedsontwikkelingen

Welke aanbevelingen nog openstaan en waarom.
Met elke aanbeveling zijn we aan de slag en hebben we, zoals hierboven beschreven, resultaten geboekt. De aanbeveling aangaande het ontwikkelen van een woningbouwmonitor is nog niet afgerond, maar wel in gang gezet. Naar verwachting is deze woningbouwmonitor in het tweede kwartaal van 2026 actief en in het derde kwartaal naar verwachting inzichtelijk voor het publiek.

Energietransitie
De energietransitie in Breda, ’s-Hertogenbosch, Oss en Tilburg

Aanbevelingen:
1. Verzoek de griffie om in de eerste helft van 2024 een bijeenkomst te organiseren over de behoefte aan en de mogelijkheden van informatievoorziening over financiën per project en het detailniveau van planning per project.
2. Beheers het risico van het windproject Duurzame Polder.
3 Geef het college de opdracht om nog dit kalenderjaar met de gemeente ‘s-Hertogenbosch in gesprek te gaan over de verschillende uitgangspunten met betrekking tot de afstandsnorm in het windproject Duurzame Polder.
4. Besluit om te komen tot een versnelling van de warmtetransitie en vraag aan het college om voor de
behandeling van de kadernota 2025-2028 op basis van de Transitievisie Warmte 2.0 voorstellen te doen hoe dit gerealiseerd kan worden.
5. Beoordeel de aangekondigde monitoringssystematiek voor de voortgang in het realiseren van duurzame opwek van elektriciteit, energiebesparing en warmte op de mogelijkheden om u beter en sneller te informeren over de voortgang. Maak afspraken over de wijze waarop en de frequentie waarmee u geïnformeerd wenst te worden.
6. Verzoek het college om voor de kadernota 2025-2028 scherp te maken welke stappen (aanvullend) gezet moeten worden om de doelen voor energiebesparing te halen.
7. Geef opdracht aan het college om voor de behandeling van de kadernota 2025-2028 de doelen
voor opwek van duurzame elektriciteit voor de periode na 2030 met u te bespreken.

Welke aanbevelingen zijn opgevolgd;
Alle aanbevelingen zijn opgepakt en worden opgevolgd. Sommige onderwerpen blijven doorlopend aandacht vragen en komen terug in het programmaplan dat wordt opgesteld naar aanleiding van de kadernota energietransitie (oktober 2024).

Welke acties zijn ondernomen;

  1. Dit is in lijn met toezegging van december 2023. Daarnaast is inmiddels de monitor energietransitie doorontwikkeld en wordt nu op een vast moment in het jaar gepresenteerd. Daarmee corresponderen kengetallen beter met andere onderzoeken zoals de RES-monitor.
  2. De raad is middels een aantal raadsinformatiebrieven afgelopen jaar geïnformeerd over de ontwikkeling van de duurzame polder. Besluitvorming over het voorkeursalternatief (VKA) staat geagendeerd voor mei 2025. Het VKA is in mei 2025 vastgesteld. Het is nu aan een initiatiefnemer om een vergunningaanvraag in te dienen.
  3. Er is doorlopend overleg tussen de gemeente 's-Hertogenbosch en gemeente Oss. Beide raden hebben echter eigenstandig bevoegdheid de uitgangspunten en het VKA vast te stellen. Beide gemeenteraden hebben het VKA vastgesteld in mei 2025. De afstandsnormen zijn daarin onveranderd.
  4. Het programma energietransitie heeft de afgelopen jaren te maken met te weinig beschikbare personele capaciteit om projecten op te zetten, aan te besteden en te kunnen begeleiden. Dit is ook gebleken in het Rekenkameronderzoek van december 2023. Daarom is gewerkt aan een algehele herijking van de organisatie en projecten om de doelstellingen van het programma te bereiken. Zie hiervoor de kadernota energietransitie (oktober 2024) en evaluatie en warmteprogramma (februari 2025). Daarnaast is er in 3 jaar tijd veel veranderd en zijn er voortschrijdende technische en maatschappelijke ontwikkelingen die onze aanpak beïnvloeden. Dit tezamen heeft geleid tot een herbezinning van onze aanpak.

Er zijn een reeks onderzoeken uitgevoerd ten behoeve van het warmteprogramma. Op dit programma wordt in 2026 een plan-MER uitgevoerd. Eind 2026/begin 2027 zal het warmteprogramma ter besluitvorming aan de raad worden aangeboden, inclusief de benodigde formatieplaatsen die dat vraagt.
Ten behoeve van het isoleren van woningen is in 2025 een gezamenlijke aanbesteding gedaan met gemeenten in de regio. Hier is de meerjarige mco-aanpak uit voort gekomen (= meerjarig collectief ontzorgen). Tot en met 2030 worden in ruim 3900 woningen isolatiemaatregelen uitgevoerd. Daarnaast is het energieloket geëvalueerd en wordt dit doorontwikkeld naar een ‘energiehuis’ waar inwoners en bedrijven terecht kunnen voor hulp en advies bij het verduurzamen van hun woning.

  1. De monitor energietransitie is doorontwikkeld en wordt nu op een vast moment in het jaar gepresenteerd. Daarmee corresponderen kengetalen beter met andere onderzoeken zoals de NP-RES-monitor. Deze monitor wordt in de huidige opzet gecontinueerd.
  2. Er wordt ingezet op een no-regret aanpak voor het verduurzamen van woningen: isoleren, isoleren, isoleren. Parallel daaraan wordt het warmteprogramma uitgewerkt en worden college en raad keuzes hierin voorgelegd. Er is geen personele capaciteit om aanvullende stappen te zetten. No-regret is vertaald naar de mco-aanpak zoals in 4 beschreven. Een deel van beschikbaar budget omgezet in vaste formatie, aanvullend is onderzoek uitgevoerd naar de volledige opgave en formatie die daarvoor nodig is.
  3. De energievisie is als kadernota energietransitie in de raad van oktober 2024 vastgesteld. Hierin is een indicatie gegeven van de duurzame opwek die in de periode tot 2050 gevraagd wordt. Momenteel richt de beschikbare capaciteit zich op de realisatie van bestaande opwekprojecten (Elzenburg de Geer, Duurzame polder, zonnepark De Mun).

Wat de resultaten en effecten hiervan zijn;
Punt 1, 2, 3 en 5 zijn inmiddels afgedaan. De onderwerpen 4, 6 en 7 komen terug in het programmaplan energietransitie. Het ambitieniveau daarbij is afhankelijk van de middelen die beschikbaar worden gesteld. Tot dusver is de invulling van de opgave vrijwel volledig afhankelijk van landelijke subsidie.

Welke aanbevelingen nog openstaan en waarom.
Er staan geen aanbevelingen open.

Schuldhulpverlening – Samen tegen schulden
Een rekenkameronderzoek naar de effectiviteit en efficiëntie van de uitvoering van schuldhulpverlening, preventie en vroegsignalering in de gemeente Oss.

Aanbevelingen:

  1. Verzoek het college om in het nieuwe beleidskader Armoede en Schulden een voorstel te doen welke resultaten u mag verwachten, op basis van welke indicatoren deze kunnen worden vastgesteld en hoe de monitoring en rapportage plaatsvindt.
    • stel in gesprek met het college vast 1) wat de doelstellingen en ambities van het beleid zijn, 2) met welke informatie en kritische prestatie indicatoren (KPI’s) u vast kunt stellenof deze worden gerealiseerd. U kunt het college vragen indicatoren te ontwikkelen en aan u voor te leggen om de effectiviteit van het beleid te meten. Een discussie tussen college en raad over de aspecten die u hierbij het belangrijkste vindt, kan duidelijker kaders verschaffen.
    • verzoek het college in de toekomst op basis van deze informatie en KPI’s te evalueren en te rapporteren.
    • verzoek het college deze informatie mee te nemen in een jaarlijkse rapportage over de effectiviteit van SHV, vroeg-signalering en preventie.
  1. Wij bevelen u aan om de ambitie te verhogen en sneller aan te sluiten bij succesvolle ontwikkelingen. Stel bij nieuwe projecten vooraf vast welke resultaten verwacht worden en hoe de monitoring plaatsvindt, zodat u bij evaluatie voldoende informatie heeft voor besluitvorming.
  2. Verzoek het college de mogelijkheden en effecten van intensievere nazorg te onderzoeken en u de resultaten en mogelijke consequenties voor Oss voor te leggen.
  3. Om de zorg voor voldoende middelen om effectieve SHV te garanderen, ook in het licht van de beleidskeuze voor een persoonlijke aanpak, is uw overweging is op zijn plaats of hierop extra moet worden ingezet.
  4. De Rekenkamercommissie adviseert u daarom te overwegen het begrip ‘armoede’ opnieuw te definiëren, het SHV beleid daarop af te stemmen en het budget voor SHV op de verwachte forse groei van het aantal mensen met financiële problemen af te stemmen.
  5. Op basis van de huidige inzichten adviseert de rekenkamercommissie het college om in de uitvoering van SHV:
    • De mogelijkheden te onderzoeken voor versterking van de effectiviteit door samenwerking met partners (b.v. huisbezoeken, bij sociaal raadslieden werk);
    • In deze samenwerking alert te zijn op de geboden mogelijkheden voor onafhankelijke klantondersteuning.
    • Het convenant en de samenwerking met bewindvoerders te blijven ontwikkelen en zo nodig onconventionele middelen uit te proberen;

Welke aanbevelingen zijn opgevolgd;
1, 2, 3, 4, 5 (gedeeltelijk), 6.

Welke acties zijn ondernomen;
In de bestuurlijke reactie op het rekenkamerrapport uit 2022 is aangegeven de aanbevelingen mee te nemen in het op te stellen beleid. In december 2023 is het nieuwe beleidskader aanpak geldzorgen vastgesteld. Jaarlijks wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de belangrijkste KPI’s middels de programma-evaluatie en de jaarbrief geldzorgen. Zoals in de bestuurlijke reactie indertijd aangegeven is daar juist ook aandacht voor de kwalitatieve resultaten.
In de organisatie kijken we voortdurend naar mogelijke verbeteringen in een schuldhulpverleningstraject. Daar maakt nazorg een onlosmakelijk deel van uit.
In de afgelopen jaren is nog voorzien in uitbreiding van het team Geldzorgen. We zoeken daarbij altijd de juiste balans tussen de taken en de beschikbare formatie. Daarbij hebben we in de afgelopen jaren de beweging gemaakt naar een bredere waaier aan dienstverlening, waardoor we niet meer uitsluitend schuldhulpverleningstrajecten aanbieden, maar mensen ook persoonlijk helpen bij beginnende geldzorgen en inzicht in hun financiën. De armoede-definitie is landelijk aangepast. In de nieuwe definitie is het aantal mensen in armoede lager geworden dan voorheen. Dat heeft geen invloed gehad op het budget, capaciteit of dienstverlening van Geldzorgen, omdat de problemen in de praktijk hetzelfde zijn als voor de definitiewijziging.
Het college werkt intensief samen met partners in de gemeente. Er zijn veel lokale partijen die vrijwillig en professioneel een belangrijke rol spelen bij de aanpak van geldzorgen. Medewerkers van Ons Welzijn hebben in 2025 mandaat gekregen ook mee te gaan op huisbezoeken vroegsignalering (Q1 2026 worden de laatste voorbereidingen getroffen v.w.b. privacy). In 2024 is ook begonnen met bijeenkomsten met bewindvoerders, omdat het convenant niet het gewenste effect had, dit is in 2025 voortgezet.

Wat de resultaten en effecten hiervan zijn;
Voor de resultaten verwijzen we naar bovenstaand, de programma-evaluatie en de jaarbrief aanpak geldzorgen.

Welke aanbevelingen nog openstaan en waarom.
5 is gedeeltelijk niet opgevolgd omdat we geen eigen armoededefinitie gecreëerd hebben. Zie acties.

Centrumontwikkeling Oss – Werk aan de winkel

Aanbevelingen:
1. Zorg ervoor dat voor alle belanghebbenden de actuele visie, ambities en ontwikkelrichtingen van omvangrijke en meerjarige projecten helder zijn. Focus bij vaststelling en in rapportages op deze hoofdlijnen en een totaaloverzicht.
2. Zorg ervoor dat de raad periodiek (minimaal jaarlijks) volledig wordt geïnformeerd over de stand van zaken rondom de voorgenomen ontwikkelingen van het stadscentrum Oss en benoem daarbij ook zaken die afwijken van de oorspronkelijke plannen en zaken die bij nader inzien niet worden opgepakt. Geef inzicht in de mate van realisering van de plannen,
inclusief de investeringen.
3. Gezien de zich steeds sneller opvolgende ontwikkelingen in het winkellandschap is er noodzaak om de strategische koers voor het Stadshart Oss vaker dan vijfjaarlijks tegen het licht te houden. Bepaal met welke frequentie dit het komende decennium dient te worden opgepakt en draag het college op hierin het voortouw te nemen.

Welke aanbevelingen zijn opgevolgd;
We hebben naar aanleiding van het rekenkameronderzoek uit 2022 de uitvoering van de Koers Stadshart in 2023 geëvalueerd (nav de aanbeveling om jaarlijks te evalueren). In een RIB hebben we aangegeven welke maatregelen we hebben uitgevoerd. We hebben toen ook geconcludeerd dat jaarlijks evalueren te weinig nieuwe info oplevert en dat we dat daarom niet meer jaarlijks doen, maar onderdeel te maken van de jaarlijkse programma-evaluatie.

We zijn gestart met het actualiseren van de koers voor het Stadshart Oss (de binnenstadvisie). Dit proces is in volle gang. Na vaststelling van de nieuwe visie wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld, waarin concreet wordt uitgewerkt welke ontwikkelingen in de komende jaren worden opgepakt en hoe deze bijdragen aan de ambities voor het stadscentrum.

Welke acties zijn ondernomen;
Het Centrummanagement Oss wordt regelmatig en structureel bijgepraat over onderwerpen die relevant zijn voor de centrumontwikkeling. Dit gebeurt zowel in bestuurlijke overleggen als in operationele uitvoeringsoverleggen. Daarmee zorgen we ervoor dat alle betrokken partijen tijdig inzicht hebben in lopende ontwikkelingen en besluitvorming

Wat de resultaten en effecten hiervan zijn;
Er zijn diverse lopende projecten, zoals de ontwikkeling Walkwartier, Fraterspark, Galerij. Onderdeel van de ruimtelijke procedures bij deze projecten is het informeren van de omgeving en de raad.
De verdere inhoudelijke resultaten en effecten worden zichtbaar zodra de nieuwe binnenstadvisie is vastgesteld. Vanaf dat moment kan gericht worden gemonitord wat de voortgang en het effect is van de gekozen koers en van de daaruit volgende projecten.

Welke aanbevelingen nog openstaan en waarom.
De aanbeveling om de strategische koers voor het Stadshart vaker dan eens per vijf jaar te herijken is nog niet opgepakt. We pakken dit op nadat de nieuwe binnenstadvisie is vastgesteld. Vervolgens neemt het college het voortouw in het structureel organiseren van deze periodieke herijking, zodat de koers aansluit bij de snel veranderende ontwikkelingen in de verschillende landschappen.

NVRR Doe mee onderzoek 2021 over WOB (Wet Openbaar Bestuur)
De praktijk van de WOB bij de gemeente Oss

Aanbevelingen:

  1. Gemeente Oss heeft geen beleid geformuleerd, en ook geen werkwijzen of gedragsregels opgesteld.

Wij geven in overweging om dit alsnog op te pakken zodat er een eenduidige manier van werken ontstaat die herkenbaar is voor bestuur, organisatie en samenleving. De position paper Wob zou hiervoor een goede basis kunnen zijn.
Het is aan te bevelen informatie over de Wob/Woo en hoe een verzoek kan worden ingediend toe te voegen aan de website. De mogelijkheid om een Wob/Woo verzoek in te dienen moet worden uitgebreid, om aan de wetgeving te voldoen. Een digitaal verzoekformulier met DigID verificatie op de website is een bij andere lokale overheden veel toegepaste mogelijkheid.

  1. Ontsluiten van openbare informatie via de website kan beter met het oog op het inwerking treden van de Wet open overheid.
  2. Ontsluiten van de wijze waarop gemeente Oss omgaat met verzoeken in het kader van Wob/Woo verlaagt de drempel om verzoeken tot de gemeente te richten.
  3. De uitzonderingsgronden van de Wob worden goed toegepast. De motivering van besluiten op grond van de Wet openbaarheid bestuur kan verder verbeterd worden.

Welke aanbevelingen zijn opgevolgd;
Alle aanbevelingen zijn opgevolgd.

Welke acties zijn ondernomen;

  1. Aanbeveling 1: We hebben een uniforme werkwijze opgesteld en vastgesteld. Er is een schema opgesteld waarbij de taken ten aanzien van de Woo zijn verdeeld. Dit schema is goedgekeurd door Directieteam. Hier staat in vermeld welke taken behoren bij de Woo-coördinator en welke bij de vakafdeling. Op de website staat een pagina voor het indienen van Woo-verzoeken (https://loket.oss.nl/informatieaanvraag-wet-open-overheid-woo ) Op deze website staat uitleg over de Woo en hoe een verzoek kan worden ingediend. Een Woo-verzoek kan schriftelijk worden ingediend of via het formulier op de website door middel van DigiD. Hiermee voldoet de gemeente aan de eerste aanbeveling.
  2. Aanbeveling 2: We hebben een publicatieplatform geïmplementeerd (data.oss.nl) waarop we stapsgewijs alle Woo-plichtige documenten publiceren die nog niet via een ander kanaal openbaar worden gemaakt. Wij volgen daarbij de landelijke planning voor het verplicht publiceren. Hierbij linken we door naar al bestaande locaties waar nodig.
  3. Aanbeveling 3: Zie het antwoord bij aanbeveling 1. Op de website staat informatie over de Woo, zoals hoelang het duurt, wat de inwoner kan doen als ze het niet eens zijn met het Woo-besluit en er wordt verwezen naar wetten en regelgeving.
  4. Aanbeveling 4: De toegepaste uitzonderingsgronden worden nu met de wettelijke grondslag specifiek in de openbaar te maken documenten benoemd. Via het programma Eanomiseren wordt per weggelakte tekst de uitzonderingsgrond benoemd. Dit geeft meer duidelijkheid.

Wat de resultaten en effecten hiervan zijn;

  1. Aanbeveling 1: Hierdoor is de taakverdeling duidelijk en meer overzicht tijdens het behandelen van het Woo-verzoek. Dit zorgt voor een goede voortgang van het behandelen van het Woo-verzoek. Voor de inwoner is het duidelijker hoe de gemeente te werk gaat en wat ze kunnen verwachten.
  2. Aanbeveling 2: Er ontstaat werkende weg één plek waar inwoners van de gemeente alle relevante openbare informatie kunnen vinden. Deze plek is geïntegreerd met het dataportaal, waar inwoners en anderen openbare datasets kunnen vinden. We verwachten dit eind 2027 te hebben gerealiseerd (dit is ook het moment waarop de Woo volledig in werking getreden zal zijn.)
  3. Aanbeveling 3: Zie het antwoord bij aanbeveling 1.
  4. Aanbeveling 4: Ook hierdoor ontstaat er meer duidelijkheid over het gebruik van de uitzonderingsgronden.

Welke aanbevelingen nog openstaan en waarom.
Er staan geen aanbevelingen open.

Dienstverlening van de Gemeente Oss
Dienstverlening in het vizier – Een onderzoek naar de kwaliteit van de dienstverlening van de gemeente Oss

Aanbevelingen:

  1. Een organisatiebrede visie te formuleren die de kern van de ambitie van Oss verwoordt.
  2. In de visieontwikkeling te zoeken naar de gewenste uitstraling van de gemeente, daaraan de servicenormen te koppelen en vast te stellen voor de hele organisatie. Daarbij wordt het principe standaard waar het  kan, maatwerk waar het moet gehanteerd.
  3. Doelstellingen en uitgangspunten, bij voorkeur gezamenlijk, met alle betrokken afdelingen, te definiëren. Waar nodig kunnen vervolgens nog aspecten van dienstverlening van de domeinen verder worden ingevuld, rekening houdend met de specifieke taken waar zij voor staan.
  4. De verschillende benaderingen van de domeinen te faciliteren op een manier die binnen de gemeenschappelijke visie past.
  5. Wij adviseren om een set van service-normen voor de hele organisatie vast te stellen, passend bij de ambities van de gemeente Oss. Bij de keuze voor deze servicenormen kunnen ook inwoners betrokken worden. Uit de ‘verhalen’ in dit rapport blijkt dat inwoners behoefte hebben aan consistentie en betrouwbaarheid.
  6. De rekenkamer adviseert om de monitoring op de doelstellingen van dienstverlening zo in te richten dat deze beter bijdraagt aan het zicht op de kwaliteit van de dienstverlenende organisatie Oss: meet wat je wilt weten. Dit is een stap die gezet zou moeten worden wanneer de organisatiebrede visie is ontwikkeld en vastgesteld, de gezamenlijke doelen en de doelen per domein zijn vastgesteld. Op basis daarvan kan u besluiten welke indicatoren van belang zijn voor de sturing op beleidsniveau.
  7. Laat de inrichting van het nieuwe systeem voor Meldingen in de Openbare Ruimte (MOR) aansluiten op de (visie)ontwikkeling van de dienstverlenende organisatie. Maak gebruik van de optie om de afhandeling te laten beoordelen door de melder. Dit omdat de combinatie van feedback over de afhandeling van de melding door de melder en een stijgend aantal meldingen door meer bereidheid van mensen om te melden, een grote bijdrage kan leveren aan de beleving van kwaliteit van de openbare ruimte door de inwoners van Oss.
  8. Wij adviseren het college om de organisatie aan te sturen op gezamenlijke servicenormen, strakkere beheersing van de datastromen (waaronder registratie en archivering) en binnen het systeem ondersteuning in te bouwen om de processen consequent en consistent uit te voeren. Ieder systeem staat of valt met een goede toepassing ervan door de gebruiker.
  9. Verzoek het college te komen met een (voorstel voor de ontwikkeling van) een organisatiebrede visie op dienstverlening, waarin wordt betrokken:
    • het soort dienstverlener dat de gemeente Oss wil zijn en welke succesfactoren daarbij van belang zijn? (b.v. transparantie, betrouwbaarheid, openheid, samenwerking en mogelijkheid om mee te bewegen);
    • welke ambitie streeft de gemeente hierin na? (b.v. voorloper of volger? middenmoter of excellerend?)
    • de definitie van de gewenste kwaliteit van de dienstverlening die organisatiebreed gaat worden gehanteerd;
    • een set servicenormen die past bij de gemeenschappelijke elementen in de visie, bij de wensen van burgers, ondernemers en de gemeentelijke organisatie en ook bij de gemeentelijke mogelijkheden.
  1. Wij adviseren het college:
    • vast te stellen welke processen gestandaardiseerd moeten worden en hoe dat gaat gebeuren, zodat de digitalisering van de dienstverleningsprocessen voor de hele organisatie op basis van dezelfde uitgangspunten verder ontwikkeld kan worden.
    • vast te stellen welke configuratie van metingen moet worden ingezet om de doelstellingen van het hele spectrum van dienstverlening te kunnen meten, monitoren en sturen.

Welke aanbevelingen zijn opgevolgd;
1, 3, 7, 9
2, 5, 6, 8, 10 (gedeeltelijk)

Toelichting:
Het college heeft de visie op dienstverlening vastgesteld. Basisafspraken rondom dienstverlening (als voorloper van de servicenormen) zijn door het Directieteam vastgesteld. De gemeente Oss kiest voor een integrale aanpak waarin verdere digitalisering en daarmee ook digitalisering van dienstverlening een organisatiebrede opgave is. In de komende vier jaar zetten we technologie, data en procesoptimalisatie in om onze dienstverlening verder te optimaliseren, maatschappelijke opgaven te versnellen en publieke waarden te waarborgen.  
De onderdelen die gedeeltelijk zijn opgepakt, worden verder meegenomen in de integrale digitaliseringsstrategie en hieruit volgend actieplan dienstverlening.

Welke acties zijn ondernomen;

In 2025 is de Integrale Digitaliseringsstrategie opgesteld, welke in 2026 wordt vastgesteld. Deze sluit aan op de landelijke koers en vertaalt nationale ambities naar wat lokaal nodig is. De focus ligt op toegankelijke en gebruiksvriendelijke dienstverlening, een veilige en toekomstvaste digitale infrastructuur en het verantwoord benutten van data.
Digitalisering van dienstverlening is een strategisch thema binnen de integrale digitaliseringsstrategie en daarvoor is een apart actieplan opgesteld voor de periode 2026 – 2027.

In 2025 is het nieuwe systeem voor Meldingen Openbare Ruimte geïmplementeerd: Signalen.

We zijn in 2025 begonnen met het ontwikkelen van een dashboard voor de afdeling Publiekscentrum. Vanwege technische beperkingen en een verdere uitrol van applicaties voor het Programma Data hebben we dit tijdelijk stil moeten zetten. We verwachten dit in 2026 weer op te kunnen gaan pakken.

Wat de resultaten en effecten hiervan zijn;

Er is een organisatiebrede koers integrale digitalisering geborgd, gericht op toegankelijkheid, gebruiksvriendelijkheid, veiligheid en datagedreven werken. Dienstverlening is benoemd als strategisch thema, met een concreet actieplan om de gewenste ontwikkeling in de komende twee jaar te realiseren.
Met de invoering van Signalen is een eerste belangrijke verbetering in de dienstverlening naar inwoners gerealiseerd.

Welke aanbevelingen nog openstaan en waarom.

De onderdelen die al deels zijn opgepakt, worden verder opgepakt binnen de Integrale Digitaliseringsstrategie en het actieplan Dienstverlening, zodat de ingezette lijn wordt doorgezet en effecten structureel worden geborgd.

Deze pagina is gebouwd op 05/13/2026 09:30:29 met de export van 05/13/2026 09:21:59