Paragraaf financiering
Inleiding
De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma’s. De treasuryfunctie gaat over de financiering van beleid en het aantrekken van de geldmiddelen die daarvoor nodig zijn. De uitvoering van deze taak vraagt snelle beslissingen in een complexe geld- en kapitaalmarkt.
Het beleid van Oss voor de treasuryfunctie is vastgelegd in het treasurystatuut 2026.
De belangrijkste punten uit het treasurystatuut zijn:
- Overtollige gelden zetten we alleen uit bij banken of instellingen die voldoen aan de eisen van de Wet Fido en de bijbehorende uitvoeringsregeling;
- Het aantrekken van leningen gebeurt door bij tenminste 2 financiële instellingen een offerte aan te vragen;
- We maken alleen gebruik van financiële instrumenten om risico’s te verkleinen en niet om te speculeren.
Uit deze keuzes blijkt dat we voor een laag risicoprofiel gekozen hebben.
1. Algemene ontwikkelingen
Renteontwikkelingen
Begin 2026 heeft de ECB (Europese Centrale Bank) de rente gelijk gehouden op 2%. Dit besluit volgde op meerdere renteverlangingen in 2024 en 2025, en sluit aan bij de huidige economische situatie waarin de inflatie rond de 2% ligt en de werkloosheid laag blijft.
De ECB geeft aan dat de economie in 2026 veerkrachtig blijft, mede dankzij de lage werkloosheid en het effecten van eerdere renteverlagingen.
De huidige verwachting voor 2026 is dat de rente redelijk stabiel blijft, met een lichte neiging tot stijging. Mondiale ontwikkelingen zijn hierin bepalend en vormen hiermee een nadrukkelijk renterisico.
Rentevisie
Een rentevisie is heel lastig. BNG publiceert zelf geen rentevisie meer en geeft in gesprekken aan dat zij nauwelijks nog in staat zijn betrouwbare voorspellingen te doen over de toekomstige renteontwikkeling.
2. Langlopende leningen
We hebben in 2025 geen nieuwe geldlening afgesloten.
bedragen x € 1.000 | |||
Omschrijving | Opgenomen | Verstrekt | |
Stand per 1 januari 2025 | 43.179 | 28.411 | |
Aflossingen in 2025 | -8.804 | -2.290 | |
Opgenomen/ verstrekt | 0 | 2.568 | |
Stand per 31 december 2025 | 43.375 | 28.689 | |
* de cijfers zijn inclusief gevormde voorzieningen.
In 2025 zijn leningen verstrekt aan Pivot park (obv eerder besluiten), stimuleringsleningen, verzilverleningen en startersleningen via SvN.
3. Kasgeldlimiet
Een gemeente mag tot de kasgeldlimiet met kortlopende geldleningen (korter dan 1 jaar) gefinancierd zijn. De minister van Financiën heeft de kasgeldlimiet op 8,5% van het begrotingstotaal vastgesteld. Voor Oss was de limiet in 2025 (op basis van de begroting 2025-2028) € 38,4 miljoen. Het is toegestaan om 2 kwartalen op rij de kasgeldlimiet te overschrijden. Daarna moet de kortlopende schuld weer onder de limiet worden gebracht.
In 2025 is de kasgeldlimiet elk kwartaal ruim onder de norm gebleven.
In de volgende tabel geven we onze liquiditeitspositie over alle kwartalen van 2025 weer:
bedragen x € 1.000 | ||||
Kasgeldlimiet | 1e kwartaal 2025 | 2e kwartaal 2025 | 3e kwartaal 2025 | 4e kwartaal 2025 |
|---|---|---|---|---|
Vlottende schuld per maand (1) | -2.500 | 0 | 0 | 0 |
Vlottende middelen per maand (2) | 17.240 | 16.450 | 34.191 | 43.953 |
Netto vlottend (+) of Overschot middelen (-)(3) | -14.740 | -16.450 | -34.191 | -43.953 |
Kasgeldlimiet | 38.465 | 38.465 | 38.465 | 38.465 |
Ruimte onder de kasgeldlimiet | 53.205 | 54.915 | 72.656 | 82.418 |
4. Renterisiconorm
Bij het bepalen van de looptijd van de geldleningen die we aantrekken houden we rekening met de wettelijke renterisiconorm. De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering van langlopende geldleningen te beheersen en om dus te zorgen voor goede spreiding van looptijden van leningen. Het renterisico wordt daarbij bepaald als de som van de renteherzieningen en de aflossingen. Het is van belang dat renteherzieningen en aflossingen in de tijd gespreid zijn. De renterisiconorm is vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Voor Oss was de norm in 2025 € 105 miljoen.
Onze werkelijke renterisiconorm is in 2025 voor 8% gebruikt. In de lijn van het treasury-beleid is dat veilig.
Ons renterisico over de vaste schuld in de jaren 2025-2029
| bedragen x € 1.000 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
Nr. | Renterisico(norm) | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
1. | Stand van begrotingstotaal | 526.957 | 472.034 | 448.068 | 445.769 | 427.352 |
2. | Renterisiconorm (20% van 1) | 105.391 | 94.407 | 89.614 | 89.154 | 85.470 |
3. | Renterisico op vaste schuld * | 8.804 | 6.906 | 6.908 | 5.176 | 3.292 |
4. | Ruimte onder renterisiconorm | 96.587 | 87.501 | 82.706 | 83.978 | 82.178 |
* Renterisico op vaste schuld is de som van de renteherzieningen en de aflossingen op langlopende geldleningen.
** De meerjarige staat is gebaseerd op de begroting 2026-2029.
5. Renteschema
De BBV-voorschriften schrijven voor dat we ook inzicht moeten geven in de rentelasten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de manier waarop we rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden toerekenen.
bedrag * 1.000
Renteschema
Omschrijving | Bedrag |
|---|---|
Externe rentelasten over de korte en lange financiering | € 1.020 |
Externe rentebaten | - € 1.728 |
Saldo door te rekenen externe rente | - € 709 |
Rente die aan de facilitaire grondexploitatie moet worden doorberekend | € 0 |
Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld toegerekend moet worden | € 0 |
Totaal door te rekenen externe rente | - € 709 |
Rente over eigen vermogen | € 3.767 |
Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde) | € 265 |
Totaal aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht overhead) toe te rekenen rente | € 3.323 |
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) | - € 3.527 |
Renteresultaat op het taakveld treasury | € 205 |
De omslagrente hebben we op basis van bovenstaande nacalculatie naar boven afgerond en definitief vastgesteld op respectievelijk 1,1%.
Bij de verdeling van de externe rente naar de verschillende taakvelden ontstaat een positief exploitatieresultaat van € 204.855 op de activiteit kapitaallasten.
6. Schatkistbankieren
Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden van decentrale overheden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor hoeft het Rijk minder geld te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen.
Op basis van ons begrotingstotaal 2024 (wat leidend was voor jaar 2025) mogen we per dag afgerond maximaal € 9 miljoen (2% van begrotingstotaal) aan overtollige middelen aanhouden.
Het eventuele meerdere aan overtollige middelen romen we dagelijks af en brengen we onder bij de Nederlandse schatkist. Hiervoor krijgen we een vergoeding die gelijk is aan de rente die het Rijk betaalt op leningen die ze op de markt aangaat.
Overzicht voor 2025:
| Kwartaal 1 | Kwartaal 2 | Kwartaal 3 | Kwartaal 4 |
|---|---|---|---|---|
Drempelbedrag | 9.050 | 9.050 | 9.050 | 9.050 |
Buiten schatkist aangehouden middelen | 349 | 498 | 491 | 421 |
Ruimte onder het drempelbedrag | 8.702 | 8.552 | 8.559 | 8.629 |
7. EMU saldo
De basis voor het maken van afspraken over de balans tussen inkomsten en uitgaven ligt in de afspraken die in de Europese Unie zijn gemaakt. Deze zijn gericht op het voorkomen van een te grote staatsschuld. Al in 1997 is in het "Stabiliteits- en Groeipact" afgesproken dat begrotingen van overheden in evenwicht moeten zijn en dat in de groei daar naartoe het begrotingstekort maximaal 3% van het bruto binnenlands product mag bedragen.
Het Rijk en de decentrale overheden hebben afgesproken een macro EMU-norm van -0,5% van het bruto binnenlands product per jaar te hanteren. Dit betekent, dat de lokale overheden samen in hun uitgaven de inkomsten met niet meer dan 0,4% mogen overschrijden. Het aandeel voor gemeenten hierin is 0,27%. Er liggen geen sancties onder deze afspraken. We worden niet beoordeeld op de balans in enig jaar, maar wel op de bijdrage aan het voorkomen van een overheidstekort op langere termijn. Kortom: we mogen niet jaar op jaar veel meer uitgeven, dan we binnen krijgen.
De referentiewaarde voor 2026 (op basis van begrotingstotaal 2025) voor onze gemeente is € 22,5 miljoen. De volgende tabel laat het verloop van het geraamde EMU-saldo zien in vergelijking met de norm.
In 2025 blijven we ruim binnen de EMU norm.
bedragen x € 1.000 | |||||||
EMU saldo | 2025 | ||||||
A.Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves | 14.691 | ||||||
B. Mutatie (im)materiële vaste activa | -5.020 | ||||||
C. Mutatie voorzieningen | 1.820 | ||||||
D. Mutatie voorraden (incl. bouwgrond in exploitatie) | - | ||||||
E. Verwachte boekwinst effecten en (im)materiële vaste activa | - | ||||||
Berekend EMU-saldo (A-B+C-D-E) | 21.531 | ||||||
Norm | -22.539 | ||||||
Verschil | 44.070 | ||||||
