Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing
Samenvatting
Samenvatting
Het weerstandsvermogen geeft de financiële gezondheid van de gemeente weer. We drukken deze uit in een ratio. De uitkomst van de ratio moet in beginsel minimaal 1 zijn.
Op hoofdlijnen is het beeld als volgt:
Omschrijving | Bedrag/ratio incidenteel | Bedrag/ratio structureel |
|---|---|---|
Geïnventariseerde risico’s | € 25 miljoen | € 7,5 miljoen |
Weerstandscapaciteit | € 37,9 miljoen | € 5,4 miljoen |
Weerstandsratio | 1,51 | 0,72 |
De conclusie hieruit is dat de incidentele weerstandscapaciteit van voldoende omvang is om de gekwantificeerde risico’s te ondervangen. De structurele weerstandscapaciteit is van onvoldoende omvang.
We zien forse structurele risico's, met name het risico van de algemene uitkering en jeugdhulp maken dat de begroting flink onder druk staat. Dit vormt een uitdaging voor komende begroting. We blijven inzetten op de lobby richting het Rijk voor voldoende financiering voor onze taken.
1. Beleid
1. Beleid
We definiëren risicomanagement als het op gestructureerde wijze identificeren, analyseren en beheersen van risico’s die van invloed zijn op de realisatie van gemeentelijke doelstellingen. De focus ligt op risico’s met een mogelijk substantiële invloed op de financiële positie van de gemeente. Aan ons risicomanagement liggen onder andere de volgende uitgangspunten en randvoorwaarden ten grondslag:
- Risicomanagement is onderdeel van de reguliere verantwoordelijkheid van het (lijn)management en is een cyclisch proces.
- We maken zoveel mogelijk gebruik van bestaande instrumenten voor risico-identificatie en -beheersing.
- Risicobeheersing doen we zoveel mogelijk in de reguliere processen.
- Het toepassen van risicomanagement betekent niet dat we alle risico's kunnen voorkomen.
Risico’s hangen vaak samen met externe factoren. Daarop hebben we als gemeente niet altijd direct invloed. Daarom is het lastig deze risico’s in alle gevallen voldoende betrouwbaar te kwantificeren.
Risico’s ontwikkelen zich voortdurend. De laatste rapportage over de risico’s en de beheersing daarvan is in de programmabegroting 2026-2029 opgenomen. In deze jaarrekening 2025 hebben we deze risico-inschatting geactualiseerd.
Risicokaart
Omdat risico’s lastig te kwantificeren zijn maken we gebruik van de risicokaart. De risicokaart geeft inzicht in de categorisering van de risico’s naar kans en gevolg.

Een risico dat zich in het groene gebied bevindt heeft minimale financiële gevolgen. Een risico dat een score heeft in het oranje gebied, vraagt om extra aandacht. Het is hier van belang tijdig beheersmaatregelen te nemen. Een risico met een risicoscore in het rode gebied, vereist directe aandacht om een grote extra last te voorkomen. Preventieve en reducerende beheersmaatregelen kunnen de kans respectievelijk het gevolg terugbrengen naar een acceptabel niveau.
2. Risico's
2. Risico's
Risico's in de rode categorie
Risico's in de rode categorie
Ontwikkeling gemeentefonds
Ontwikkeling gemeentefonds
Risico en beheersmaatregel | S/I [1] | Impact | Kans | Risicobedrag |
|---|---|---|---|---|
Ontwikkeling gemeentefonds | S | € 2,4 miljoen | 80% | € 1,9 miljoen |
Risico
Beheersmaatregel | ||||
[1] In deze kolom is aangegeven of het risico naar verwachting een structureel of incidenteel effect heeft. In het geval van een structureel risico geven we de bedragen per jaar weer.
Jeugdhulp 2025 en verder
Jeugdhulp 2025 en verder
Risico en beheersmaatregel | S/I [1] | Impact | Kans | Risicobedrag |
|---|---|---|---|---|
Jeugdhulp 2025 en verder | S | € 3 miljoen | 50% | € 1,5 miljoen |
Risico De commissie Van Ark heeft in 2025 een zwaarwegend advies uitgebracht over de Hervormingsagenda. Conclusie in dit advies is dat gemeenten onvoldoende financiële middelen ontvangen hebben voor het bieden van jeugdhulp. De commissie heeft voorgesteld dat de geplande bezuinigingen vanaf 2026 teruggedraaid worden en dat gemeenten 50% van hun tekorten in 2023 en 2024 gecompenseerd krijgen. We hebben de besluitvorming van het kabinet uit de Voorjaarsnota doorgerekend. Als we daarbij uitgaan van een jaarlijkse toename van jeugdhulpgebruik van 5% in de jaren 2025-2027 verwachten we in 2026 en 2027 uit te komen met de middelen die we krijgen voor jeugdhulp. Tegelijkertijd gaan we inzetten op realisatie van kostenbeheersing vanaf 2027. Per saldo verwachten we dan vanaf 2028 opnieuw tekorten op jeugdhulp, omdat we nu alleen incidenteel extra middelen van het Rijk gekregen hebben. Het gaat om een structureel bedrag van € 3 miljoen. Dit is het risicobedrag van € 3 miljoen. Daarnaast zien we vanuit inhoudelijk beleid en kwaliteit van jeugdhulp, genoemd in de Hervormingsagenda, kostenverhogende ontwikkelingen. De kwaliteitsverbetering van JeugdzorgPlus leidt tot fors hogere kosten. Het Rijk stelt de tarieven daarvoor vast. Ook de afbouw van JeugdzorgPlus en de ontwikkeling van kleinschalig verblijf daarvoor in de plaats leidt tot hogere tarieven. Verder wordt ook voor de Gecertificeerde Instellingen gewerkt aan kwaliteitsverbetering. Daarvoor gelden ook hogere en landelijk opgelegde tarieven. We hebben de hiervoor genoemde taakstellingen voor kostenbeheersing als volgt in deze programmabegroting opgenomen: € 1,6 miljoen in 2027, € 3,2 miljoen in 2028 en structureel € 4 miljoen vanaf 2029. Hiervoor hebben we diverse maatregelen geformuleerd, in het verlengde van de landelijke Hervormingsagenda Jeugd en het Osse beleidskader Integraal Jeugdbeleid. De opbrengsten van deze maatregelen zijn onzeker. Het gebruik van jeugdhulp wordt beïnvloed door een groot aantal factoren en vindt plaats in een complex systeem op lokaal, regionaal en landelijk niveau. Dit is het risicobedrag van € 4 miljoen. Beheersmaatregel | ||||
[1] In deze kolom is aangegeven of het risico naar verwachting een structureel of incidenteel effect heeft. In het geval van een structureel risico geven we de bedragen per jaar weer.
Exploitatierisico's grote projecten
Exploitatierisico's grote projecten
Risico en beheersmaatregel | S/I [1] | Impact | Kans | Risicobedrag |
|---|---|---|---|---|
Exploitatierisico’s grote projecten nieuw zwembad en ontwikkeling Theater Lievekamp- Muzelinck | S | PM | PM | PM |
Risico Voor de exploitatie zijn business cases opgesteld, waarin alle kosten van het nieuwe gebouw doorgerekend worden. Het gaat dan om het beheer van vastgoed (onderhoud/ beheer/ etc.) en ook om de exploitatie van zwembad en Lievekamp/ Muzelinck qua activiteiten in het gebouw. Nadere uitwerking hiervan is nog een belangrijk risico wat kritisch gemonitord wordt. In zijn algemeenheid geldt bij alle projecten dat hieraan ook fiscale risico’s zitten. Beheersmaatregel | ||||
[1] In deze kolom is aangegeven of het risico naar verwachting een structureel of incidenteel effect heeft. In het geval van een structureel risico geven we de bedragen per jaar weer.
Investeringskosten onderwijs
Investeringskosten onderwijs
Risico en beheersmaatregel | S/I [1] | Impact | Kans | Risicobedrag |
|---|---|---|---|---|
Investeringskosten onderwijshuisvesting | S | € 1,5 miljoen | 80% | € 1,2 miljoen |
Risico Beheersmaatregel | ||||
[1] In deze kolom is aangegeven of het risico naar verwachting een structureel of incidenteel effect heeft. In het geval van een structureel risico geven we de bedragen per jaar weer.
Realisatie bezuinigingen
Realisatie bezuinigingen
Risico en beheersmaatregel | S/I [1] | Impact | Kans | Risicobedrag |
|---|---|---|---|---|
Realisatie bezuinigingen | S | € 5,3 miljoen | 10% | € 530.000 |
Risico
Beheersmaatregel | ||||
[1] In deze kolom is aangegeven of het risico naar verwachting een structureel of incidenteel effect heeft. In het geval van een tructureel risico geven we de bedragen per jaar weer.
Versnelling klimaat- en energiebeleid
Versnelling klimaat- en energiebeleid
Risico en beheersmaatregel | S/I [1] | Impact | Kans | Risicobedrag |
|---|---|---|---|---|
Versnelling klimaat- en energiebeleid | S | € 2,8 miljoen | 10% | € 280.000 |
Risico Beheersmaatregel | ||||
[1] In deze kolom is aangegeven of het risico naar verwachting een structureel of incidenteel effect heeft. In het geval van een structureel risico geven we de bedragen per jaar weer.
Volumegroei Wmo
Volumegroei Wmo
Risico en beheersmaatregel | S/I [#1] | Impact | Kans | Risicobedrag |
|---|---|---|---|---|
Volumegroei Wmo | S | € 900.000 | 25% | € 225.000 |
Risico Daarnaast werken we aan maatregelen om verdere groei af te remmen. We hebben hiervoor in de afgelopen programmabegroting de volgende taakstelling opgenomen: € 300.000 in 2027, € 600.000 in 2028 en structureel € 900.000 vanaf 2029. In het verlengde hiervan hebben we ook de verwachte toekomstige kostenstijging in de periode 2026 tot en met 2028 opgenomen. Deze schatten we in op € 300.000 per jaar. Halverwege 2024 zijn de nieuwe proeftuinen gestart. De overdrachten rondom individuele ondersteuning zijn zo goed als afgerond, terwijl we bij dagbesteding zien dat dit moeizamer verloopt. Het doel van de proeftuinen is om de trend van een stijgende zorgvraag te kantelen en om ons zorgstelsel toekomstbestendig en betaalbaar te houden. Zo werken professionals samen aan collectieve oplossingen voor individuele vraagstukken. De financiële impact moet zijn dat het lukt om meer inwoners te ondersteunen voor hetzelfde geld. In de evaluatie van de proeftuin zijn hierover conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. Deze worden meegenomen in de toekomstige manier van werken binnen de gemeente Oss. | ||||
Grondbedrijf
Grondbedrijf
Risico en beheersmaatregel | S/I [#1] | Impact | Kans | Risicobedrag |
|---|---|---|---|---|
Grondbedrijf | I | € 24,1 miljoen | 100% | € 24,1 miljoen |
Risico We houden rekening met de volgende scenario's:
Voorgaande wordt voor 50% meegenomen in het Monte Carlomodel. Zeer slecht scenario: diepe recessie
Voorgaande wordt eveneens voor 50% meegenomen in het Monte Carlomodel. Sensitiviteiten
Projectspecifiek Monte Carlo-simulatie Beheersmaatregel | ||||
Risico's in de oranje categorie
Risico's in de oranje categorie
Herverdeling gemeentefonds
Herverdeling gemeentefonds
Risico en beheersmaatregel | S/I [1] | Impact | Kans | Risicobedrag |
|---|---|---|---|---|
Herverdeling gemeentefonds | S | €-1,2 miljoen | 50% |
|
Risico
De uitkomsten van de herverdeling waren voor onze gemeente positief. Ons totale voordeel was circa € 51 per inwoner. We ontvingen na het ingroeipad € 37,50 per inwoner extra. Dit was een bedrag van ongeveer € 3,5 miljoen jaarlijks. We hebben dus nog recht op € 1,2 miljoen extra. Tal van deskundigen en vertegenwoordigers van kleine tot grote gemeenten hebben de laatste maanden gekeken naar een serie opties om bestaande knelpunten, die tot die scheve verdeling van de middelen leiden, uit het huidige model te halen. De Raad van Openbaar bestuur is gevraagd om te beoordelen of de voorgestelde oplossingen daadwerkelijk tot een verbetering leiden. Beheersmaatregel | ||||
[1] In deze kolom is aangegeven of het risico naar verwachting een structureel of incidenteel effect heeft. In het geval van een structureel risico geven we de bedragen per jaar weer.
Maatstaf algemene uitkering gemeentefonds
Maatstaf algemene uitkering gemeentefonds
Risico en beheersmaatregel | S/I [1] | Impact | Kans | Risicobedrag |
|---|---|---|---|---|
Maatstaf algemene uitkering | S | € 1,1 miljoen | 50% | € 550.000 |
Risico Beheersmaatregel | ||||
[1] In deze kolom is aangegeven of het risico naar verwachting een structureel of incidenteel effect heeft. In het geval van een structureel risico geven we de bedragen per jaar weer.
Nieuwe taken a.g.v. gewijzigde wetgeving i.h.k.v. de Omgevingswet
Nieuwe taken a.g.v. gewijzigde wetgeving i.h.k.v. de Omgevingswet
Risico en beheersmaatregel | S/I [#1] | Impact | Kans | Risicobedrag |
|---|---|---|---|---|
Nieuwe taken a.g.v. in werking getreden Omgevingswet | S | € 900.000 | 50% | € 450.000 |
Risico Landelijk gezien wordt gesproken over een terugverdientijd van 35 jaar (i.p.v. de eerder geschatte 10 jaar) als gevolg van de Omgevingswet. Dit betekent dat de lasten gedurende langere periode hoger zijn en de verwachte baten langer uitblijven. We hebben inmiddels 2 jaar ervaring met de omgevingswet opgedaan. We hebben in 2025 een extra storting gedaan in de reserve omgevingswet van € 1,5 miljoen. Beheersmaatregel | ||||
Stijgende rente gekoppeld aan grote investeringen
Stijgende rente gekoppeld aan grote investeringen
Risico en beheersmaatregel | S/I [1] | Impact | Kans | Risicobedrag |
|---|---|---|---|---|
Stijgende rente gekoppeld aan grote investeringen | S | € 500.000 | 50% | € 250.000 |
Risico Beheersmaatregel
| ||||
[1] In deze kolom is aangegeven of het risico naar verwachting een structureel of incidenteel effect heeft. In het geval van een structureel risico geven we de bedragen per jaar weer.
Veiligheidsregio Brabant Noord (VRBN)
Veiligheidsregio Brabant Noord (VRBN)
Risico en beheersmaatregel | S/I [#1] | Impact | Kans | Risicobedrag |
|---|---|---|---|---|
Veiligheidsregio Brabant Noord (VRBN) | S | € 420.000 | 50% | € 210.000 |
Risico Het werkveld van veiligheidsregio's is volop in ontwikkeling. Vooral op het thema informatievoorziening en de voorbereiding op crisisbeheersing is er sprake van een ontwikkeling van het takenpakket. Het Rijk financiert deze taken met een structurele doeluitkering die daarvoor gelabeld is. Dat betekent dat hiervoor geen aanvullende gemeentelijke bijdrage noodzakelijk is. Beheersmaatregel | ||||
Wachtgeld wethouders
Wachtgeld wethouders
Risico en beheersmaatregel | S/I [#1] | Impact | Kans | Risicobedrag |
|---|---|---|---|---|
Wachtgeld wethouders | I | € 1.400.000 | 50% | € 700.000 |
Risico Beheersmaatregel | ||||
Netwerkcongestie
Netwerkcongestie
Risico en beheersmaatregel | S/I [1] | Impact | Kans | Risicobedrag |
|---|---|---|---|---|
Netwerkcongestie | I | € PM | % | € PM |
Risico Beheersmaatregel | ||||
[1] In deze kolom is aangegeven of het risico naar verwachting een structureel of incidenteel effect heeft. In het geval van een structureel risico geven we de bedragen per jaar weer.
Windmolenpark Elzenburg- de Geer
Windmolenpark Elzenburg- de Geer
Risico en beheersmaatregel | S/I[1] | Impact | Kans | Risicobedrag |
|---|---|---|---|---|
Windmolenpark Elzenburg-de Geer | I | € PM | % | € PM |
Risico Beheersmaatregel | ||||
Sluis verhoging en modernisering
Sluis verhoging en modernisering
Risico en beheersmaatregel | S/I[1] | Impact | Kans | Risicobedrag |
|---|---|---|---|---|
Sluis verhoging en modernisering | I | € PM | 50% | € PM |
Risico Beheersmaatregel | ||||
Risico's in de groene categorie
Risico's in de groene categorie
Overdracht pensioenen wethouders
Overdracht pensioenen wethouders
Risico en beheersmaatregel | S/I [1] | Impact | Kans | Risicobedrag |
|---|---|---|---|---|
Overdracht pensioenen wethouders | I/S | pm | pm | |
Risico Structurele premieverplichtingen: Na de overdracht zijn gemeenten verplicht om premies af te dragen aan het ABP voor de toekomstige pensioenopbouw van wethouders. Dit betekent dat er jaarlijks een bedrag moet worden gereserveerd voor het werkgeversdeel van de pensioenpremies, wat een structurele kostenpost wordt. Beheersmaatregel | ||||
[1] In deze kolom is aangegeven of het risico naar verwachting een structureel of incidenteel effect heeft. In het geval van een structureel risico geven we de bedragen per jaar weer.
Brand Vice Versa
Brand Vice Versa
Risico en beheersmaatregel | S/I [#1] | Impact | Kans | Risicobedrag |
|---|---|---|---|---|
Brand Vice Versa | I | € 236.000 | 50% | € 118.000 |
Risico | ||||
Alternatieve bluswatervoorziening
Alternatieve bluswatervoorziening
Risico en beheersmaatregel | S/I [#1] | Impact | Kans | Risicobedrag |
|---|---|---|---|---|
Alternatieve bluswatervoorziening (nieuw en beheer en onderhoud) | S | € 214.000 | 50% | € 107.000 |
Risico Beheersmaatregel | ||||
Heesch West
Heesch West
Risico en beheersmaatregel | S/I [1] | Impact | Kans | Risicobedrag |
|---|---|---|---|---|
Heesch West | I | € 6,4 miljoen | 40% | € 2,5 miljoen (volledig afgedekt via risicoreserve) |
Risico De bestemmingsplannen zijn begin 2022 vastgesteld door de gemeenteraden. Door de beroepsprocedure tegen het bestemmingsplan Heesch West wordt de uitvoering enorm vertraagd. Begin 2025 hebben de gemeenteraden herstelbesluiten genomen naar aanleiding van een advies van de Stichting Advies Bestuursrechtspraak (STAB). Met het herstelbesluit zijn bevindingen en aanbevelingen van STAB in het plan verwerkt zodat het perspectief op voortvarende behandeling en een onherroepelijk bestemmingsplan zoveel mogelijk wordt bevorderd. Begin 2026 hebben de gemeenten het nadere verweer naar aanleiding van het herstelbesluit ingediend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Naar verwachting wordt in de loop van 2026 de behandeling van beroep ingepland en zal er uitspraak worden gedaan. Bij de beoordeling van de plannen door Raad van State zal ook bezien worden of de effecten (Stikstof) van Heesch West op Natura 2000-gebied voldoende worden beheerst. In de eerste fase wordt 50 hectare ontwikkeld en in de tweede fase de overige 30 hectare. De resterende 30 hectare is bij de grondexploitatieberekening "afgewaardeerd" naar agrarische grondwaarde van € 6 per vierkante meter. Het verwachte verlies van Heesch West bedraagt eind 2034 in totaal € 38,4 miljoen (eindwaarde eerste fase). Dit is € 0,4 miljoen hoger dan de vorig jaar en is gebaseerd op de geactualiseerde grondexploitatie 2026. Beheersmaatregel | ||||
[1] In deze kolom is aangegeven of het risico naar verwachting een structureel of incidenteel effect heeft. In het geval van een structureel risico geven we de bedragen per jaar weer.
3. Vervallen risico's
3. Vervallen risico's
De volgende risico's die in de programmabegroting 2026-2029 nog naar voren kwamen zijn nu vervallen.
Risico | Actie |
|---|---|
Buig Budget | Dit risico is verwerkt in de jaarrekening. |
4. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit
4. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit
Onder het begrip weerstandsvermogen verstaan we het vermogen van de gemeente om risico’s op te kunnen vangen, zodat het afgesproken gemeentelijke takenpakket toch onverkort uitgevoerd kan worden.
In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) wordt aangegeven dat het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen enerzijds:
- de weerstandscapaciteit: de middelen waarover we (kunnen) beschikken om niet begrote kosten te kunnen dekken, en anderzijds:
- alle risico’s waar nog geen voorzieningen voor gevormd zijn en die van materiële betekenis kunnen zijn.
Voor de gemeente is de weerstandscapaciteit van belang. Een sluitende begroting geeft weliswaar aan dat er evenwicht is tussen de uitgaven en inkomsten, maar ook dat er beperkte ruimte is voor het opvangen van tegenvallers. De weerstandscapaciteit bestaat uit twee onderdelen; de structurele en de incidentele weerstandscapaciteit.
Structurele weerstandscapaciteit
De structurele weerstandscapaciteit dient voor het opvangen van risico’s met een meerjarig effect. Deze middelen worden gevormd door de onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien.
De onbenutte belastingcapaciteit is de ruimte waarmee onze OZB opbrengsten moeten stijgen om op een zogenaamd "redelijk peil OZB "uit te komen. Dit "redelijk peil" is gebaseerd op het tarief wat een gemeente moet hebben voor de toelating tot artikel 12 (extra financiële steun vanuit het gemeentefonds).
De onbenutte belastingcapaciteit voor het jaar 2026 bedraagt € 5,2 miljoen (rekening houdend met extra tariefstijging in 2026).
De post onvoorzien (€ 200.000) is structureel in de begroting opgenomen en maakt ook onderdeel uit van de structurele weerstandscapaciteit.
Incidentele weerstandscapaciteit
De incidentele weerstandscapaciteit is als volgt opgebouwd:
- het vrij aanwendbare deel van de algemene vrije reserve (inclusief de algemene bedrijfsreserve van het grondbedrijf)
- de niet beklemde bestemmingsreserves (overige bestemmingsreserves)
- de stille reserves
Algemene vrije reserve en de algemene bedrijfsreserve grondbedrijf
De noodzakelijke omvang van de algemene vrije reserve is vastgesteld op 10% van de algemene uitkering. Hierbij zijn de volgende aspecten van belang:
- zijn de belangrijkste risico’s in beeld?
- welke beheersmaatregelen zijn er al genomen om risico’s te beperken?
- welke risico’s zijn nog niet afgedekt?
Naar verwachting zijn de belangrijkste risico’s voldoende herkend. Het grootste deel van deze risico’s hebben we ook voorzien van beheersmaatregelen en waar nodig afgedekt door middel van een voorziening of reserve (bijvoorbeeld het grondbedrijf). Ook de risico’s die zich kunnen voordoen bij grote projecten, zoals Heesch-West, hebben we in beeld gebracht. Hiervoor hebben we bovendien beheersmaatregelen geformuleerd en deels dekkingsmiddelen gereserveerd. Daarnaast hebben we risico’s geïdentificeerd waarvan we het bedrag en de kans van optreden met onvoldoende zekerheid kunnen bepalen. Deze komen ten laste van de weerstandscapaciteit.
Uitgaande van de norm van 10% van de algemene uitkering, dient de algemene vrije reserve ongeveer € 26,2 miljoen te zijn (meicirculaire 2025).
De algemene reserve bedraagt per 31 december 2025 naar verwachting € 33,1 miljoen. We onttrekken in 2026 naar verwachting € 1,1 miljoen en we hebben nog een verplichting van € 5,6 miljoen. Een specificatie hiervan is opgenomen in het bijlagenboek. We rekenen met een ruimte in de algemene reserve van € 26,4 miljoen. Dat is de stand van eind 2026 minus het bedrag van € 5,6 miljoen dat we inzetten als structureel dekkingsmiddel.
De algemene bedrijfsreserve grondbedrijf (ABR) is het weerstandsvermogen voor de risico's die zich binnen het grondbedrijf kunnen voordoen. Dat kunnen project specifieke risico’s (b.v. een vervuiling in de grond) of conjuncturele risico’s (b.v. een hogere rente of een lagere grondprijs) zijn.
Bij de jaarrekening 2025 is de minimum benodigde algemene reserve berekend o.b.v. risicoanalyse (Monte-Carlomethode). De geactualiseerde risicoanalyse geeft een risicobedrag van € 24,2 miljoen per 1-1-2026. Dit bedrag is dus feitelijk de minimale stand van de ABR.
De ABR heeft op 31-12-2025 een saldo van € 11,5 miljoen. Omdat we de € 24,1 miljoen van de minimale stand ook hebben opgenomen als risico nemen we de volledige ABR op als mogelijke afdekking van de risico's.
Niet beklemde bestemmingsreserves
Bestemmingsreserves bevatten middelen die de gemeenteraad voor een bepaalde doelstelling geoormerkt heeft. De gemeenteraad is bevoegd om de bestemming van deze reserves te wijzigen of te besluiten tot extra mutaties ten laste of ten gunste van deze reserves. De bestemmingsreserves kunnen hiermee dus ingezet worden voor het opvangen van risico’s als die zich voordoen.
We kennen twee soorten bestemmingsreserves. De bestemmingsreserves voor de afdekking van afschrijvingslasten e.d. en de overige bestemmingsreserves. De bestemmingsreserves voor de afdekking van afschrijvingslasten e.d. zijn niet beschikbaar voor de incidentele weerstandscapaciteit, omdat deze structureel zijn ingezet voor de afdekking van (kapitaal)lasten in de begroting. De overige bestemmingsreserves kunnen wel ingezet worden voor het afdekken van risico’s als de raad hiertoe besluit. Dit betekent wel dat deze middelen in dat geval niet meer beschikbaar zijn voor het oorspronkelijke doel waarvoor de bestemmingsreserves gevormd zijn. Daarom hebben we bestemmingsreserves in principe niet meegerekend in weerstandscapaciteit.
Stille reserves
Stille reserves zijn activa waarvan de boekwaarde lager is dan de werkelijke waarde en die direct verkoopbaar zijn. Een volledig beeld hiervan is niet voorhanden.
Totale weerstandscapaciteit
Samengevat is de huidige weerstandscapaciteit (per 31-12-2025) in afgeronde bedragen:
bedragen in euro’s | ||
Structurele weerstandscapaciteit | Bedrag | |
|---|---|---|
Onbenutte belastingcapaciteit | 5.200.000 | |
Post onvoorzien | 200.000 | |
Totaal | 5.400.000 | |
Incidentele weerstandscapaciteit (31-12-2024) | |
|---|---|
Algemene reserve | 26.400.000 |
Algemene bedrijfsreserve grondbedrijf | 11.487.000 |
Rekeningresultaat 2025 (na bestemming)* | PM |
Stille reserves | PM |
Totaal | 37.887.000 |
* niet meegenomen, omdat dit besluit valt na vaststelling van de jaarrekening 2025.
5. Financiële kengetallen
5. Financiële kengetallen
Op basis van een wijziging van het BBV nemen we voortaan een aantal financiële kengetallen in deze paragraaf op, zowel in de begroting als in het jaarverslag. Eerst geven we een analyse van de financiële positie op basis van deze kengetallen. Daarna lichten we toe wat de kengetallen betekenen.
Omschrijving | Rekening 2024 | Begroting 2025 | Rekening 2025 |
|---|---|---|---|
Netto schuldquote | 6,01% | 7,26% | 0,88% |
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen | -0,44% | 0,70% | -4,61% |
Solvabiliteitsratio | 60,16% | 61,36% | 67,49% |
Structurele exploitatieruimte | 3,30% | 4,50% | 12,28% |
Grondexploitatie | 0% | 1,23% | 2,82% |
Belastingcapaciteit | 87,83% | 92,40% | 92,40% |
Analyse kengetallen en financiële positie
Op basis van deze kengetallen concluderen we dat onze financiële positie gezond is.
De netto schuldquotes en de solvabiliteitsratio geven aan dat we met voldoende eigen middelen (reserves) gefinancierd zijn. Onze afhankelijkheid van externe financiering is niet te groot. De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen vallen binnen de norm. De omvang van de schulden ten opzichte van de baten neemt af. De solvabiliteitsratio ligt stabiel boven de norm. Onze bezittingen op de balans zijn in voldoende mate gefinancierd met eigen vermogen.
De structurele exploitatieruimte is positief. Dit sluit ook aan bij het positieve saldo van de jaarrekening 2025. Wel merken we op dat bij de programmabegroting 2026-2029 we hebben aangekondigd dat het meerjarenbeeld flink onder druk staat en we een meerjarig (geaccepteerd) tekort hebben.
Het kengetal grondexploitatie is een voorgeschreven kengetal. Het kengetal op zich is niet bruikbaar om conclusies te trekken over de risico’s in de grondexploitatie. De paragraaf grondbeleid en het MPG zijn daarvoor betere instrumenten.
Met de belastingcapaciteit zitten we onder het landelijk gemiddelde. We hebben nog ruimte om de belastingen te kunnen verhogen om financiële risico’s af te dekken als dit nodig is.
Nadere toelichting indicatoren
Netto schuldquote
De netto schuld geeft informatie over de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de baten in de begroting. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en aflossingen op de exploitatie. Het is normaal als de netto schuldquote tussen de 20% en 70% ligt. Tussen de 70% en de 80% dreigt de schuldomvang te hoog te worden. Boven de 80% zijn alle bezittingen zwaar belast met schulden. Het percentage weer gedaald.
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Via deze ratio wordt in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Voor deze ratio gelden dezelfde normen als bij de netto schuldquote. Het percentage blijft laag.
Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Bij deze ratio dreigt de schuld van de gemeente te hoog te worden als deze zich tussen de 20% en 30% bevindt. Onder de 20% zijn de bezittingen zwaar belast met schulden. Een ratio boven de 30% is aanvaardbaar. Het percentage blijft fors boven de 30%.
Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting is het belangrijk om onderscheid te maken tussen de structurele en incidentele lasten. Als dit kengetal positief is, is er ruimte om structurele tegenvallers op te vangen.
Kengetal grondexploitatie
De grondexploitatie kan een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze bij verkoop terugverdiend moet worden. De boekwaarde is laag doordat veel grote projecten aan het eind van hun looptijd zitten. Daarnaast zijn de verwachten verliezen volledig voorzien. We lopen hier dus geen risico.
Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden
De ruimte die een gemeente heeft om de belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten.
